De Sint Jozef laat horen dat het tien uur is. Ik ruk aan de koperen trekbel. Het geluid galmt door het huis. In de gang komen voetstappen nader. De zware voordeur zwaait open.
Dû bist in man fân‘e klok, verwelkomt Seerp Leistra mij.
Friezen onder elkaar?
Nee. Seerp is in Driebergen geboren en verhuisde toen hij 3 jaar was naar Zutphen. Zijn Fries heeft te maken met één van de vele functies die in ons gesprek voorbij zullen komen, namelijk lid van de Raad van Toezicht van de Fryske Akademy, en dezelfde bezigheid bij Museum Belvédère in Oranjewoud, en óók nog zijn bemoeienissen met het Oerol Festival op Terschelling.

Ik zet mij aan tafel. Seerp gaat koffie halen. Ik voel achter mij blikken op mij rusten. Mijn hoofd draaiend zie ik de oorzaak. Twee menselijke honden staren mij vanaf de wand afkeurend aan.
‘Stil maar, ik doe niks’ bijt ik ze toe. Het zijn schilderijen van Olga Wiese (1944), die oorspronkelijk in de Ennemaborg te Midwolda hingen, toen nog gerund door Eric Runhardt.
Seerp komt uit een warm nest. Vader leraar Engels, moeder druk met 4 zonen, die in opvolgende jaren tussen 1955 en 1959 werden geboren. Seerp is de tweede in rij, geboren in 1956. In een gereformeerd milieu. Muziek speelde in het gezin een belangrijke rol. De oudste fluit, Seerp viool, moeder piano, tot op hoge leeftijd. Het hoorde bij de opvoeding, naast het gymnasium als scholing. Seerp speelde als jongen in het Regionaal Jeugdorkest.
‘Wist je toen al wat je wilde worden?’ ‘Nee, ik heb wel even overwogen conservatorium te gaan doen, maar dat is het niet geworden. Ik was een liefhebber van literatuur, las graag, en ben toen Nederlands gaan studeren in Groningen. Alhoewel ik een Bèta diploma heb, had ik toch meer een talenknobbel, geloof ik. Na de studie moest ik in militaire dienst, maar ik weigerde dienst. Mijn vervangende dienstplicht deed ik bij het bureau Culturele Raad van de Gemeente Groningen. Binnen de Gemeente ben ik vervolgens doorgestoomd tot Directeur van de Dienst OCSW (Onderwijs, Cultuur, Sport en Welzijn), een dienst met zo’n 600 medewerkers.
Tja… en dan komen de veertiger jaren en ga je jezelf afvragen, wil ik mijn verdere leven bij de gemeente blijven? Een vraag die ook Grietje, zijn vrouw, hem stelde.
We laten die vraag even op tafel liggen en betreden de jaren waarvan wij Seerp als Singeldorpers vooral kennen, namelijk als adviseur, presentator en uitvoerend musicus van ons jaarlijkse Kerstconcert. Wij putten dankbaar uit het muzieknetwerk van Seerp: zijn strijkkwartet, het zigeunerorkest (Seerp is ook honorair consul van Hongarije), en de jonge talenten uit de buurt. Elk jaar weer een feest in de Lutherse Kerk. Ook nu Seerp qua werk een stap terug heeft gedaan, hij is 69, speelt de muziek nog een grote rol. Ook literatuur is gebleven, hij is lid van een leesclub, die uit louter juristen bestaat.
Terug naar de prangende vraag van toen: verder, maar hoe en waar? 
Jos Staatsen was vertrokken als burgemeester, en partner geworden bij organisatieadvies bureau Boer en Croon. Seerp belde hem op: was zoiets wellicht ook wat voor hem? Precies op het juiste moment, want Boer en Croon wilde een vestiging in Groningen starten.
En zo zat Seerp in 2002 in zijn eentje als ‘directeur’ van de vestiging Groningen op een zolderkamer aan de Praediniussingel met de opdracht er een bloeiende zaak van te maken. Seerp was inmiddels lang en breed getrouwd met Grietje Otter en had twee dochters, Maaike en Carlijn. Seerp bouwde de vestiging uit. Begeleidde reorganisaties; grote projecten (bijv. N.V. Euroborg) en werving en selectie van directeuren voor bedrijven. Op een bepaald moment kwam het huidige pand te koop. Seerp hield er toen al kantoor. ‘Waarom kopen wij het zelf niet,’ zei Grietje. En zo is het gekomen. Grietje begon er een Stadslogies, een B&B binnen de formule van Erfgoed Logies. Een mooie tijd met interessante gasten, ontmoetingen, gesprekken. Hij toont mij het gastenboek vol met loftuitingen
In 2022 treedt Seerp terug als vestigingsleider en aandeelhouder bij Boer en Croon. Hij is thans actief als toezichthouder bij diverse instanties op het terrein van zorg, onderwijs en cultuur. O.a. bij Cosis, een grote organisatie op het gebied van verstandelijke beperking en gehandicaptenzorg. Vanmiddag gaat hij, iets heel anders, naar Museum Belvédère om de feestelijke presentatie bij te wonen van de uitbreiding, en de viering van de grote ‘Benner schenking’ aan het museum (Gerrit Benner,1897-1981).
Ik vraag waar de gereformeerde jongeling is gebleven. Seerp glimlacht. Die is niet actief, maar diep van binnen altijd passief aanwezig gebleven: de Bijbelse verhalen; de inbedding van kunst en cultuur in die christelijke opvoeding, maar ook, zegt hij, de overtuiging dat wij hier een opdracht hebben, namelijk de ander met respect en behulpzaam tegemoet te treden, en onze bekwaamheden waar nodig in te zetten. Ik kan besturen, structuur aanbrengen, en dus doe ik dat graag en geeft dat mij ook voldoening. Zo wordt het wederzijds vruchtbaar.
Wij lopen door de gang richting tuin. In het trappenhuis hangt een glazen kunstwerk als strengen van een DNA, de kunstenaar noemde het dan ook ‘Seerps DNA’. In de tuin een in de stijl van het huis aanpalend tuinhuis, waarin Grietje haar schildersatelier heeft, en waar nog altijd de piano van zijn moeder staat. Het is ook Grietje die de aanzet tot verhuizing naar een boerderij aan een zandpad te Harenermolen heeft gegeven. Na een heel leven in de stad wil ze graag de rust en ruimte van het buiten zijn: een landleven. Ook Seerp kijkt daar naar uit. Hij vindt de stad druk en lawaaiig worden.
Misschien, zegt hij, komen wij later, als wij oud zijn, weer terug naar de Singel. Hij is vol lof over het Singeldorp, dat, zegt hij, zorgt voor sociale cohesie.|
Hun ‘stadspaleis’ van nu wordt waarschijnlijk verbouwd tot drie appartementen. Één per etage. Een ontwikkelaar zit daar over gebogen.
Hond Femke snuffelt aan de pijpen van mijn broek. Nog even en hij mag rennen en draven over de velden rondom de inmiddels drastisch verbouwde boerderij. Ik schud Seerp de hand en sluit de deur achter mij van het monumentale pand dat een andere toekomst tegemoet gaat.
Atze





