(interview met Jan Legters).
Wij leunen op de omheining van het balkon en kijken recht in de zon die de Radesingel in een schitterend namiddaglicht zet.
‘Ik zit hier vaak,’ zegt Jan Legters, ‘er is altijd reuring.’
Hij woont op de hoek, na de kruising, die naar het fietsbruggetje voert. Op het balkon kijk je recht de Radesingel in. Op het balkon staat bouwmateriaal. Jan is bijna klaar met de verbouwing. Het appartement is van binnen ruimer gemaakt met een open keuken, die gisteren is geplaatst. Een zonnige gele ombouw. ‘Ik kook graag,’ zegt Jan, ‘en dan wil ik erbij zijn, ondertussen mee kunnen praten.’
Het typeert hem, maar dat zal later wel blijken tijdens ons gesprek.
Jan (69) is het sinds ongeveer een jaar rustiger aan gaan doen, werkt nu nog 1 à 1½ dag per week, als projectleider. Daarvoor was hij vanaf 2000 directeur van Legters & Partners, actief op het terrein van management advies, interim management en projectbegeleiding.
‘En,’ vraag ik, ‘hoe zag jouw leven er vóór 2000 beroepsmatig uit?’
Jan studeerde weg- en waterbouw. Begon in 1975 bij de Gemeente Groningen bij het Bureau Verkeerszaken, waar hij betrokken werd bij de voorbereiding en invoering van het veelbesproken verkeerscirculatieplan. Hij werkte de jaren daarna aan allerlei verkeerstechnische zaken, vaak als projectleider, bijvoorbeeld het project ‘Ruimte voor Ruimte’, wat de binnenstad aantrekkelijker en netjes moest maken.
In de loop der jaren deed hij naast zijn baan bij de Gemeente ook steeds vaker klussen voor omliggende gemeenten, dat liep op een gegeven moment uit tot 7 dagen per week werken. Té gek. Zijn netwerk groeide en groeide en dat leidde uiteindelijk tot het zelfstandig verder gaan en zijn ontslagname in 2000 bij de Gemeente Groningen.
Hij kreeg meteen diverse opdrachten. ‘Aan actieve acquisitie doe ik niet,’ zegt hij. ‘Ik ga koffiedrinken en luisteren. Ik dring mij absoluut niet op.’
Als interim manager was hij twee jaar druk op Texel voor de gelijknamige gemeente. Reorganiseren. Van 185 naar 135 man. Vrijwel iedereen werd succesvol herplaatst.
‘Zit ondernemen in het DNA van jouw familie,’ wil ik weten. ‘Nee,’ zegt hij, ‘maar ik heb waarschijnlijk wel mijn karakter mee, ik vroeg laatst aan een vriend hoe hij mij zag. En die karakteriseerde mij als ‘vriendelijk, niet bedreigend en betrouwbaar.’
Ik kan dat alleen maar beamen, iemand om een glas mee te drinken, terwijl hijzelf in de keuken scharrelt en meepraat. ‘Maar vergis je niet,’ zegt hij glimlachend, ‘in zaken ben ik knetterhard. Ook in feedback naar mensen toe.’
De manier waarop grote bureaucratieën als gemeente en universiteit met disfunctionerende mensen omgingen, en wellicht nog omgaan, komt ter sprake. ‘Schandalig,’ zegt hij, ‘hoe medewerkers jaren thuis konden zitten, zonder goede begeleiding en het bieden van nieuw perspectief. Het is veel menselijker om duidelijk te zijn in het benoemen van de knel- en verbeterpunten en actief te helpen bij het vinden van een nieuwe loopbaan.’
Er passeren veel klussen de revue, teveel om hier verder uit te werken. Leuk als illustratie is zijn projectleiderschap van de uitbreiding van het Paterwoldse Meer, ten gunste van het aanleggen van een groot ‘leisure’ terras bij het Best Western Hotel. Wat daar bij kwam kijken is niet gering, vooral in de voorbereidende fase. Overleg met Gemeente, Provincie, architecten, ingenieursbureaus, ecologische bureaus, over subsidies, maar ook het begeleiden van de inspraak én de protesten tegen het plan. De tegenstanders werden overstemd door 100 vóórstemmers.
Het uiteindelijke handwerk kwam neer op het met 5000 vrachtwagens wegvoeren van 50.000 kubieke meter grond, resulterend in 20.000 m² water erbij.
In totaal heeft dit project hem 7 à 8 jaar bezig gehouden.
Wij gaan de ‘kunst aan de wand ‘ eens even inspecteren. Er hangt een intrigerend fraai schilderij van Jan Worst en twee kleurrijke stadsgezichten van Greet Dijkstra. In de slaapkamer hangen op rij 12 impressionistische werken van Herma van Bolhuis. Groningse taferelen, voor elke maand één, passend bij het jaargetij.
Jan: ‘ik hoorde in de galerie twee mensen tegen elkaar zeggen: dan nemen wij die en die. Twee uit de serie dus. Wát jammer! Ik zei tegen de galeriehoudster, ik koop ze allemaal.’
Om mij heen kijkend zie ik een rugzak met een opgerold slaapmatje eronder aan de muur hangen.
‘Wandel je graag,’ vraag ik. Ik blijk iets aangeboord te hebben.
Hij vertelt hoe hij na zijn reorganisatieklus op Texel erg moe was. Hij wilde er tussenuit, rust, en besloot impulsief om naar Santiago de Compostella te pelgrimeren. Zomaar, zonder noemenswaardige voorbereiding. Op de bonnefooi, zonder ingebouwde zekerheden. Gewoon zien waar de dag hem zou brengen. Niet van te voren onderdak regelen, je niet per taxi naar een slaapplaats laten brengen. Niets van dat al. Gewoon aan het eind van de middag maar zien waar je wel of niet terecht kon, in een boerenschuur of desnoods onder een boom.
‘Een geweldige ervaring,’ zegt Jan, ‘ik ben nogal een control-freak en toen moest ik alles loslaten. Ik wist niet wat mij te wachten stond. Ik heb dagen gehad dat ik verdrietig was en dagen dat ik luidkeels zong. Een betere manier om jezelf te leren kennen is er eigenlijk niet.’
In de Bergerac is de eerste etappe geëindigd vanwege knieklachten. Dit, of volgend jaar, wacht de resterende afstand, ook de 800 km. lange route langs de Noordkust van Spanje. Wat hem zeer getroffen heeft, is de gastvrijheid van mensen, hun bereidwilligheid om te helpen.
Jan komt van oorsprong uit de Achterhoek, uit de buurt van Zelhem. Hij voelt zich in Groningen zeer thuis. Zijn vriendin woont in Zuidlaren, aan de rand van het dorp. Hiér het stadsleven, dáár het landelijke leven. Hij heeft uit zijn eerste huwelijk 4 kinderen en maar liefst 11 kleinkinderen.
Wat hij van het Singeldorp vindt? Een prima initiatief, zegt hij. Hij heeft er door drukte en corona nog niet veel aan deelgenomen, maar in deze tijden van toenemend individualisme vindt hij het een lovenswaardig project. ‘Als er maar ‘reuring’ is,’ zegt hij met een lach, ‘want daar hou ik van.’
Atze van Wieren, maart 2022.






