De Folkingestraat liep leeg,
van huizen bleef de deur open,
de stem van de voorzanger stom.
Van perron naar perron klonk
het blikkerig geluid van de hoop:
‘ihre Familie wird später kommen.‘
Meer dan dertig jaar later
groeien er verkrampte handen
– een koffer is zwaar,
een kind wil altijd los –
tussen bomen aan de Hereweg.
O, de lange dracht van het kwaad,
na al die jaren slechts handen
maar te groot om vast te pakken.
Zij hebben hun rug gekeerd
naar prikkeldraad en booglamp:
een hand wil kunnen geven,
een hand wil reiken naar het leven.
Atze van Wieren
(bij het Joods Monument (onthuld in 1977)
van Edu Waskowsky aan de Verl.Hereweg te Groningen)





